Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site


Posts tonen met het label Rendement. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rendement. Alle posts tonen

Advies Raad van State over Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3

Voorgestelde box 3-stelsel heeft ingrijpende gevolgen voor burgers en Belastingdienst
Er kleven zwaarwegende bezwaren aan het box 3-stelsel dat de regering voorstelt, onder andere op het gebied van de uitvoering. Uit de uitvoeringstoets van de Belastingdienst blijkt dat het voorstel ingrijpende gevolgen heeft voor burgers en de Belastingdienst. Het zal leiden tot slechtere dienstverlening, beperkte mogelijkheden tot vooroverleg met een belastinginspecteur en onvoldoende toezicht. Het stelsel wordt veel complexer. Er wordt verder een groot beroep gedaan op het zogenoemde ‘doenvermogen’ van belastingplichtigen, vanwege de verplichting om een ingewikkelde vermogensvergelijking te maken en de administratieplicht voor 1,6 miljoen belastingplichtigen. De regering gaat voor de opbrengst van het voorgestelde box 3-stelsel uit van budgettaire neutraliteit. Dit belemmert de ruimte om te kiezen voor een andere vormgeving dan nu wordt voorgesteld. Het advies aan de regering is om het wetsvoorstel niet in deze vorm in te dienen en de vormgeving van het box 3-stelsel opnieuw te bezien. Dit staat in het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3. Het advies is op 27 november 2024 vastgesteld en vandaag (2 december 2024) gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Inhoud en achtergrond wetsvoorstel
Met het Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 wil de regering binnen de inkomstenbelasting een nieuw stelsel introduceren voor de belastingheffing over inkomen uit sparen en beleggen in box 3. In het huidige stelsel wordt belasting in box 3 geheven op basis van forfaitair berekende rendementen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit forfaitaire stelsel niet in overeenstemming is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarom komt de regering met het voorstel om belasting te heffen op basis van het werkelijke rendement. Als hoofdregel wordt een vermogensaanwasbelasting voorgesteld. Als uitzondering daarop wordt voor onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen een vermogenswinstbelasting voorgesteld. Daarnaast wordt voor de reguliere voordelen uit onroerend goed dat het hele jaar niet wordt verhuurd, een forfaitaire benadering gehanteerd, de zogenoemde netto vastgoedbijtelling.

NOB kritisch op box 3-voorstel tweede woningen

De NOB heeft gereageerd op het aangepaste wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’. De orde gaat met name in op tweede woningen en mogelijke staatssteun.

De orde betwijfelt of het verstandig is om ook voor tweede woningen gebruik te maken van een forfaitair rendement en voorziet ook hier rechtszaken. Het ontbreekt, aldus de NOB, ook aan een fundamentele visie op wat de bron van inkomen is. ‘In deze context speelt onder meer de vraag of eigen gebruik tot belastbaar inkomen leidt en hoe in dat kader wordt omgegaan met (tweede) woningen die in eigen gebruik zijn.’ De bijtelling voor eigen gebruik van vakantiewoningen is bovendien ingegeven door budgettaire overwegingen, aldus de orde, en dat is geen goed fundament.

Lastig te verdedigen
Vraagtekens zijn er ook over het uitgangspunt dat er belasting wordt geheven over het totale resultaat: sluit een forfaitaire heffing daar goed op aan? Die zou tot gevolg kunnen hebben dat meer dan het totale resultaat wordt belast. Tweede woningen worden daarnaast vaak maar beperkt gebruikt voor zelfbewoning, terwijl de forfaitaire heffing lijkt te zijn gebaseerd op het volledige jaar.

Kabinet schiet spaarder te hulp: tot 440.000 euro geen belasting meer

Mensen met uitsluitend spaargeld op hun rekening gaan daarover vanaf 2022 veel minder of zelfs helemaal geen belasting meer betalen. Het kabinet komt daarmee eindelijk tegemoet aan de klacht dat spaarders nu worden aangeslagen terwijl ze door de lage rentestand amper rendement maken.

Wie volgens de fiscus op jaarbasis straks minder dan 400 euro aan rente-inkomsten heeft genoten hoeft helemaal geen belasting meer te betalen. Bij de huidige rentestand – het kabinet gaat momenteel uit van een rendement van 0,09 procent – betekent dit dat 440.000 euro spaargeld is vrijgesteld van belasting. Voor paren gaat het zelfs om 880.000 euro ‘belastingvrij’. Wie meer spaargeld heeft betaalt over iedere extra 1000 euro spaartegoed straks 33 cent belasting.

Voorlopig
De getallen die het kabinet noemt zijn voorlopig: als de rente bijvoorbeeld stijgt zullen spaarders sneller de nieuwe grens van 400 euro aan heffingvrije rente-inkomsten overschrijden. Daardoor zullen zij bij een lager spaartegoed dan de nu gehanteerde 440.000 euro belasting verschuldigd zijn. Daar staat volgens staatssecretaris Menno Snel van Financiën echter tegenover dat deze spaarders vanwege een hoger rendement op hun spaargeld netto meer overhouden.

Rechtspraak: Box 3 houdt stand

Belanghebbende bezit onder andere bank- en spaartegoeden. Belanghebbende voert aan dat voor spaartegoeden een heffing over een forfaitair rendement van 4% in strijd is met artikel 1 EP EVRM omdat dat rendement voor spaartegoeden te veel afwijkt van zowel het reële als het nominale rendement. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de forfaitaire rendementsheffing voor de jaren 2010 en 2011 niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM.

De rechtbank ziet in wat belanghebbende heeft aangevoerd geen aanleiding om voor het onderhavige jaar 2014 anders te oordelen. Belanghebbende legt sterk de nadruk op de hoogte van de heffing over spaartegoeden in relatie tot de rendementen op spaartegoeden. De rechtbank is van oordeel dat dit een onjuist perspectief is. Aangezien de wetgever niet heeft gedifferentieerd tussen de verschillende vormen van bezittingen, past het niet om bij de beoordeling van de box 3-regelgeving een eenzijdige focus te leggen op één soort bezitting.

Bezwaar tegen gebruikt rendement over uw spaargeld

Als u vermogen hebt, betaalt u belasting over de inkomsten uit uw vermogen. Bij uw vermogen hoort ook uw spaargeld. Voor de berekening van uw belasting gaan wij ervan uit dat de inkomsten uit uw spaargeld 4% zijn. Veel mensen zijn het daarmee niet eens, omdat de spaarrente tegenwoordig lager dan 4% is. Daarom hebben zij bezwaar gemaakt tegen de aanslag.

Bezwaar maken is meestal niet nodig
Hebt u spaargeld waarover u belasting moet betalen? En bent u het er niet mee eens dat wij uitgaan van een rendement van 4%? En geldt daarnaast 1 van de volgende situaties voor u:
  • U hebt aangifte gedaan, maar nog geen aanslag ontvangen.
  • U hebt een voorlopige aanslag ontvangen, maar nog geen definitieve aanslag over dat jaar.
  • U hebt een definitieve aanslag ontvangen met een datum van 14 mei 2015 of later.

Belasting box 3 strijdig met Europees verdrag?

De heffing van inkomstenbelasting over de inkomsten uit sparen en beleggen vindt met ingang van 2001 op forfaitaire wijze plaats in box 3. Bij de bepaling van die inkomsten wordt uitgegaan van een forfaitair rendement van vier percent, berekend over de waarde in het economische verkeer (hierna: WEV) van het positieve saldo van de bezittingen en de schulden. Aanvankelijk werd dit saldo berekend naar het gemiddelde aan het begin en het einde van het kalenderjaar, vanaf 2011 naar het saldo aan het begin van het kalenderjaar.

Dit forfaitaire stelsel is naar de opzet van de wetgever ‘robuust’ en daardoor enigszins ruw, aangezien het niet afhankelijk is gesteld van het werkelijke rendement van de bezittingen gedurende het jaar. De wetgever achtte dat uitgangspunt gerechtvaardigd omdat: “daarmee op een globale maar aanvaardbare wijze zou kunnen worden aangesloten bij de rendementen die belastingplichtigen in de praktijk, indien dit over een langere periode wordt bezien, gemiddeld zouden moeten kunnen behalen zonder dat zij daar (veel) risico voor hoeven te nemen. In zoverre kan derhalve niet worden gesteld dat in het concept van de forfaitaire rendementsheffing geen rekening wordt gehouden met de omvang van de werkelijk genoten inkomsten uit vermogen.” (Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 7, blz. 263).

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X