Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Vanwege dubbele woonplaats alleen heffing over Nederlandse woning

In artikel 4, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) is opgenomen dat naar de omstandigheden wordt beoordeeld waar iemand woont. De bepaling van de fiscale woonplaats moet aan de hand van de feitelijke omstandigheden worden bepaald. Dit betekent dat niet het civiele recht en formele criteria, zoals inschrijvingen in gemeentelijke registers, beslissend zijn, maar de materiële werkelijkheid. Er is sprake van een woonplaats in Nederland als alle omstandigheden van het geval erop wijzen dat er een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en Nederland. Die band hoeft niet sterker te zijn dan met enig ander land (vgl. Hoge Raad 12 april 2013, nr. 12/02980, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824).

Het Hof is - evenals de Rechtbank - op grond van de hiervoor onder 2.1 vermelde feiten en omstandigheden, mede in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat aannemelijk is dat belanghebbende in de onderhavige jaren een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft gehad. Belanghebbende had een eigen woning in Nederland en een auto. Zijn familie en vrienden wonen in Nederland. Hij beschikte over Nederlandse bankrekeningen en werkte voor een Nederlandse werkgever. Verder heeft belanghebbende verklaard dat hij meestal alleen of samen met zijn vrouw aan het begin en het einde van zijn verlof in Nederland verbleef. Ook de keuringen, trainingen en cursussen vonden in Nederland plaats, aldus belanghebbende. Ook de door belanghebbende in hoger beroep overgelegde kopieën van bankafschriften tonen aan dat belanghebbende regelmatig verblijft in Nederland, al dan niet tezamen met zijn echtgenote. Het enkele feit dat hij meer dagen in Roemenië doorbrengt dan in Nederland is voor de beantwoording van deze vraag niet doorslaggevend, zie het reeds hiervoor vermelde arrest Hoge Raad 12 april 2013, nr. 12/02980, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824.

Mogelijke aanpassing belastingverdrag Nederland – Duitsland

Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland wordt mogelijk aangepast ten aanzien van het pensioenartikel in verband met bepaalde Duitse socialezekerheidsuitkeringen waar dit artikel ook op ziet. Dat schrijft Staatssecretaris Snel van Financiën aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de toezending van het rapport fiscale knelpunten van grensarbeiders.

Indien bepaalde Duitse socialezekerheidsuitkeringen, het zogenaamde Krankengeld en Elterngeld, op jaarbasis 15.000 euro of lager zijn, is het heffingsrecht toegewezen aan de woonstaat Nederland. Dit terwijl deze uitkeringen in Duitsland onbelast zijn. Dit wordt als onrechtvaardig ervaren. Een oplossing hiervoor vergt een aanpassing van het verdrag. Nederland is op dit moment met Duitsland in gesprek over een dergelijke aanpassing.

Migratie naar Nederland blokkeert toepassing overgangsrecht belastingverdrag

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

- Belanghebbende woont sinds 8 juli 2013 in Nederland. Hij heeft de Britse nationaliteit.
- Belanghebbende heeft in de periode van 1998 tot en met 2003 in het Verenigd Koninkrijk gewerkt bij een overheidsorgaan en daarbij pensioenrechten opgebouwd. Bij brief van 17 augustus 2012 heeft de pensioenuitvoerder belanghebbende bericht dat hij vanaf februari 2010 recht heeft op pensioen.
- Belanghebbende heeft in augustus 2012 uit hoofde van het pensioen een betaling ontvangen van GBP 18.615,81. Deze betaling ziet op de periode van februari 2010 tot 31 juli 2012. In 2014 heeft belanghebbende pensioenbetalingen van in totaal € 9.998 ontvangen.
- Belanghebbende heeft in 2015 aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2014 gedaan naar een verzamelinkomen van € 11.232. In deze aangifte heeft belanghebbende ten aanzien van de pensioeninkomsten van € 9.998 een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting gevraagd.
- De Inspecteur heeft bij de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2014 geen vermindering ter voorkoming van dubbele belasting verleend.

Verdragsartikel over internationaal verkeer geldt niet voor internationaal wegtransport

Art. 13a BvdB 2001 en vrijwel alle Nederlandse belastingverdragen voorzien in een bijzondere heffingsregel voor arbeidsinkomsten van bemanningsleden die hun dienstbetrekking uitoefenen aan boord van een zee- of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd. Deze bijzondere bepaling heeft geen betrekking op internationaal wegtransport. Dit antwoordt staatssecretaris Snel van Financiën op Kamervragen van het lid Lodders (VVD).

Deze bijzondere regeling sluit aan bij internationaal gebruikelijke regels. Het opnemen van een van het OESO-modelverdrag afwijkende bepaling in een verdrag zal niet snel door een verdragspartner worden aanvaard. Volgens de staatssecretaris blijkt uit de praktijk dat de algemene regels voor de toewijzing van heffingsbevoegdheden over het algemeen ook goed werken voor internationaal opererende vrachtwagenchauffeurs. In het algemeen heeft de belastingplichtige met de belastingdiensten van twee landen (het woonland en het land waar de vervoersonderneming is gevestigd) te maken.

Brandweer dreigt vrijwilligers kwijt te raken

Het einde dreigt voor de vrijwillige brandweerman. Volgens nieuwe regels moeten zij worden betaald en dat zou een enorme kostenpost voor de overheid betekenen. De gevolgen zijn groot; 80 procent van het Nederlandse brandweerpersoneel bestaat uit vrijwilligers.

Als gevolg van Europese wetgeving moet het Nederlandse brandweerkorps op de schop. Brandweervrijwilligers zouden volgens de nieuwe regels loon moeten krijgen. Dat zou het einde betekenen van dit oer-Nederlandse instituut, want daarmee is een enorm bedrag gemoeid.

Vrijwilligers vormen nu de ruggengraat van het Nederlandse bluswezen. Het brandweerpersoneel, dat uitrukt voor branden en hulp, bestaat voor 80 procent uit vrijwilligers en voor 20 procent uit beroeps: er zijn ruim 19.000 vrijwilligers ten opzichte van ruim 5000 beroeps brandweerlieden. Posten op het platteland bestaan alleen uit vrijwilligers.

De zaak Nils, hoe kwam het zover?

Bij de ‘modernisering’ van de rechtspositieregeling voor Brandweer Vrijwilligers in 2009 werd de VBV door de onderhandelingspartijen op procedurele gronden buiten spel gezet. Wel mocht na het afsluiten van het onderhandelingsakkoord de VBV meewerken aan een onderzoek naar de positionering van de Brandweer Vrijwilliger ten opzichte van de in het land gehanteerde bedrijfsvoeringsmodellen voor de inzet van de Vrijwilliger. Het resultaat van dit onderzoek werd in 2011 opgeleverd. In het onderzoeksrapport zijn de conclusies en aanbevelingen keurig in begrijpelijk Nederlands geformuleerd. Zo ook de aanbeveling om te komen tot een rechtspositioneel onderscheid tussen Vrijwilligers en parttimers. Maar het rapport en de aanbevelingen verdwenen helaas in een diepe la.

De veiligheidsregio Limburg-Noord heeft in de keuze voor haar bedrijfsvoeringsmodel in ieder geval geen rekening gehouden met de aanbevelingen uit het rapport, zo blijkt uit de bittere ervaring van Vrijwillig brandweerman Nils, een betrokken burger met een uitgesproken plichtsbesef en een passie om mensen in nood te helpen. Echter, deze achtenswaardige eigenschappen zijn Nils duur komen te staan.

Kabinet schiet spaarder te hulp: tot 440.000 euro geen belasting meer

Mensen met uitsluitend spaargeld op hun rekening gaan daarover vanaf 2022 veel minder of zelfs helemaal geen belasting meer betalen. Het kabinet komt daarmee eindelijk tegemoet aan de klacht dat spaarders nu worden aangeslagen terwijl ze door de lage rentestand amper rendement maken.

Wie volgens de fiscus op jaarbasis straks minder dan 400 euro aan rente-inkomsten heeft genoten hoeft helemaal geen belasting meer te betalen. Bij de huidige rentestand – het kabinet gaat momenteel uit van een rendement van 0,09 procent – betekent dit dat 440.000 euro spaargeld is vrijgesteld van belasting. Voor paren gaat het zelfs om 880.000 euro ‘belastingvrij’. Wie meer spaargeld heeft betaalt over iedere extra 1000 euro spaartegoed straks 33 cent belasting.

Voorlopig
De getallen die het kabinet noemt zijn voorlopig: als de rente bijvoorbeeld stijgt zullen spaarders sneller de nieuwe grens van 400 euro aan heffingvrije rente-inkomsten overschrijden. Daardoor zullen zij bij een lager spaartegoed dan de nu gehanteerde 440.000 euro belasting verschuldigd zijn. Daar staat volgens staatssecretaris Menno Snel van Financiën echter tegenover dat deze spaarders vanwege een hoger rendement op hun spaargeld netto meer overhouden.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X