Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Buitenlandse situaties in coronatijd

De Belastingdienst heeft een aantal vragen over buitenlandse situaties beantwoord. Het gaat om vragen die deelnemers hebben gesteld tijdens het webinar ‘Coronavirus fiscale maatregelen en de gevolgen’.

Wat wordt bedoeld met substantieel werken in woonland?
Het begrip substantieel werken is belangrijk voor de toepassing van de Europese sociale zekerheids-verordening 883/2004.
In de Praktische Gids ‘Over de toepasselijke wetgeving’ van de Europese commissie staat de volgende omschrijving:
“Een “substantieel gedeelte van de werkzaamheden” verricht in een lidstaat betekent dat een kwantitatief substantieel deel van alle werkzaamheden daar wordt verricht, zonder dat het hierbij noodzakelijkerwijs om het grootste deel van deze werkzaamheden hoeft te gaan.
De beoordeling of een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in een lidstaat wordt verricht, gebeurt mede op grond van de volgende indicatieve criteria:
  • de arbeidstijd en/of
  • het loon.
Indien in het kader van een algemene beoordeling blijkt dat ten minste 25 % van de arbeidstijd van een werknemer in de lidstaat van de woonplaats wordt besteed en/of ten minste 25 % van zijn loon in de lidstaat van de woonplaats wordt verdiend, dan geldt dit als een indicatie dat een substantieel gedeelte van alle werkzaamheden van de werknemer in die lidstaat wordt verricht.
Hoewel het verplicht is rekening te houden met de criteria arbeidstijd en/of loon, is dat geen uitputtende lijst en mogen er daarnaast andere criteria in overweging worden genomen. Het is aan de aangewezen organen om alle relevante criteria in aanmerking te nemen en de situatie van de betrokkene als geheel te beoordelen vooraleer te beslissen welke wetgeving van toepassing is.

Internationale chauffeurs moeten Nederlandse sociale premies betalen

De Sociale Verzekeringsbank heeft terecht de Nederlandse socialezekerheidswetgeving toegepast op internationale vrachtwagenchauffeurs met een arbeidscontract bij een bedrijf in Cyprus. Nederlandse vervoersondernemingen zijn namelijk de werkgever waar de chauffeurs voor werken. Dit oordeel volgt uit de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU van 16 juli 2020.

Portugal mag al snel heffen over Nederlandse socialezekerheidsuitkering

Als Portugal als woonstaat voldoende heft over een socialezekerheidsuitkering, mag bronstaat Nederland op grond van het belastingverdrag de uitkering niet belasten. Dit blijkt uit een arrest van de Hoge Raad. Met commentaar van drs. Edith de Bourgraaf.

Een man woonde in Portugal en ontving een AOW-uitkering uit Nederland. In januari 2019 had de SVB loonbelasting ingehouden over de AOW-uitkering. De AOW-uitkering over het jaar 2019 bedroeg meer dan € 10.000. Volgens de man wees het belastingverdrag tussen Nederland en Portugal het heffingsrecht toe aan Portugal. Er was niet aan voldaan alle drie de voorwaarden om het heffingsrecht toe te wijzen aan de bronstaat. Maar de inspecteur meent dat Nederland wel heffingsbevoegd is over de AOW-uitkering. Hij stelt dat het voldoende is dat aan één voorwaarde is voldaan.

Prejudiciële vragen
De rechtbank heeft met het oog op de beoordeling van het geschil over de interpretatie van het verdragsartikel prejudiciële vragen voorgelegd aan de Hoge Raad. Het betreft de volgende vragen:
  • Onder welke voorwaarden mag Nederland op grond van het verdragsartikel als bronstaat heffen over een socialezekerheidsuitkering betaald aan een inwoner van Portugal?
  • Misschien dat uit het antwoord op de eerste vraag volgt dat ook relevant is op welke wijze Portugal de uitkering in de belastingheffing betrekt. Mocht dat zo zijn, is daarvoor maatgevend de feitelijke belastingheffing in Portugal of hoe de uitkering volgens de Portugese belastingwetgeving in de belastingheffing wordt betrokken? Indien dat laatste het geval is, moet men daarbij rekening houden met een eventuele maatregel ter voorkoming van dubbele belasting?
  • De rechtbank kan zich voorstellen dat uit het antwoord op de eerste vraag volgt dat ook een voorwaarde geldt overeenkomstig wat is vermeld bij onderdeel a van het tweede lid. Mocht dat zo zijn, kan men dan in een geval van een AOW-uitkering voldoen aan die voorwaarde. En zo ja, wat zijn daarbij de toetsingscriteria?”
Cumulatieve eisen bij SV-uitkering
De Hoge Raad oordeelt dat de tekst van het desbetreffende van het belastingverdrag Nederland-Portugal niet eenduidig is. De context van het belastingverdrag biedt evenmin helderheid over de juiste uitleg van deze bepaling. De Hoge Raad merkt vervolgens op dat Nederland alleen mag heffen over een Nederlandse socialezekerheidsuitkering aan een Portugese inwoner als aan alle drie de voorwaarden van het verdragsartikel is voldaan.

Duitse studiebeurs behoort tot grondslag heffing Nederlandse premies volksverzekeringen

Vaststaat dat belanghebbende in het onderhavige jaar in Duitsland woonde en enkel in Nederland tegen betaling werkzaamheden heeft verricht. Daarbij is zij voor de loonheffing als ambtenaar aangemerkt. De rechtbank is van oordeel, nu uit het dossier niet blijkt dat ten aanzien van belanghebbendes verzekeringsplicht al enige beslissing is genomen, dat op grond van artikel 11 in verbinding met artikel 13, vierde lid (voor ambtenaar) dan wel artikel 13, eerste lid aanhef en letter b (voor loondienst), van de Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, dan het Nederlandse socialezekerheidsstelsel op belanghebbende van toepassing is. Voor dat geval is belanghebbende verzekerd en premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen.

Op grond van artikel 8, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: Wfsv) wordt het premie-inkomen bepaald volgende regels van hoofdstuk drie van de Wet IB 2001.

Voor dat geval dient naast de inkomsten van de [Universiteit 2] en de scriptiebegeleiding ook de studiebeurs als inkomen in aanmerking te worden genomen. Deze studiebeurs wordt immers verleend aan veelbelovende academici om hen in staat te stellen verder onderzoek te verrichten en hen daarbij in verband met de noodzakelijke kosten van het levensonderhoud van middelen te voorzien. Een dergelijke studiebeurs is belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden als bedoeld in artikel 3:90 van de Wet IB 2001. Belanghebbendes premie-inkomen is derhalve in totaal € 36.010 (€ 30.000 plus € 6.010).

Woonlandfactoren 2021 bekendgemaakt

De Minister voor Medische Zorg heeft bijlage 4 bij de Regeling zorgverzekering gewijzigd in verband met het vaststellen van de woonlandfactoren voor het jaar 2021. De woonlandfactor dient jaarlijks bij ministeriële regeling te worden vastgesteld. De wijziging treedt in werking per 1 januari 2021.

De woonlandfactoren zijn van belang voor de berekening van de bijdrage als bedoeld in art. 69 Zvw, die het CAK aan een verdragsgerechtigde in rekening brengt in verband met zorgprestaties die op grond van de Vo. (EG) nr. 883/2004 of een socialezekerheidsverdrag voor rekening van Nederland komen. De woonlandfactor wordt berekend door de gemiddelde zorgkosten in het woonland te delen door de gemiddelde zorgkosten voor de Zvw en Wlz in Nederland. Heeft een verdragsgerechtigde recht op zorgtoeslag, dan is de hoogte van die toeslag ook afhankelijk van de woonlandfactor.

Geen compensatie van box 3-heffing over jaren 2013-2016

Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën heeft gemeld dat het kabinet de belastingplichtigen die vinden dat ze te veel box 3-heffing hebben betaald in de jaren 2013-2016 niet gaat compenseren. Hij laat wel onderzoeken of er een variant mogelijk is om mensen met alleen spaargeld minder belasting te laten betalen.

De box 3-heffing houdt de gemoederen al een flink aantal jaren bezig. Het belasten van het werkelijke rendement blijft een wens van het kabinet maar komt nog niet echt uit de verf. De Hoge Raad heeft eerder al geoordeeld dat de heffing tot 2017 in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), als het nominaal gemiddeld haalbare rendement lager was dan 1,2%. Maar het was aan de overheid om dit stelsel eventueel aan te passen. Uit een notitie van het CPB blijkt echter volgens het kabinet dat het in de jaren 2013-2016 mogelijk was om een hoger gemiddeld rendement dan 1,2% te halen en dus is er geen sprake van schending van het EVRM.

Kan ik na de Brexit in Nederland blijven wonen en werken?

Tot en met 31 december 2020 geldt een overgangsperiode. In die periode verandert er eigenlijk niets voor u door de regels van het terugtrekkingsakkoord. U mag dan namelijk in Nederland blijven wonen, werken en studeren.

Na de overgangsperiode
U bent voor of op 31 december 2020 in Nederland gaan wonen
U valt onder het terugtrekkingsakkoord. U mag na 31 december 2020 alleen in Nederland blijven als u een verblijfsdocument heeft. U kunt tot 1 juli 2021 hiervoor een verblijfdocument aanvragen bij de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Uitnodiging aanvraag verblijfsdocument
De IND stuurt alle geregistreerde VK-onderdanen in Nederland een uitnodiging om een aanvraag voor een verblijfsdocument te doen. Dit gebeurt in stappen, verspreid over de overgangsperiode en kort daarna. Met dit verblijfsdocument mag u ook na 31 december 2020 in Nederland blijven werken zonder werkvergunning.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X