De regeling van het belasten van spaargeld en overig vermogen (de zogenoemde ‘vermogensmix’) in box 3 van de inkomstenbelasting is op stelselniveau in strijd met het recht van eigendom en het gelijkheidsbeginsel in het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). De rechter kan en moet voorzien in het hierdoor ontstane rechtstekort. Bepalingen die in strijd zijn met het EVRM, mogen niet worden toegepast. Dat is bepaald in de Grondwet. De vermogensmix mag daarom niet worden toegepast. Voor het overige kan de regeling wel worden gebruikt. Dan worden zowel het spaargeld als het overige vermogen belast op basis van het in de wet voor beide soorten vermogen afzonderlijk vastgestelde rendement. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Niessen de Hoge Raad in zijn conclusie van vandaag.
De zaak
De zaak is een van de zaken die worden uitgeprocedeerd in een zogenoemde massaal-bezwaarprocedure. In die procedures is de vraag aan de orde of box 3 van de inkomstenbelasting (de vermogensrendementsheffing) in strijd is met het recht op eigendom en/of het gelijkheidsbeginsel, die beide worden gegarandeerd in het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).