Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Gezinslid moet zelf voldoen aan voorwaarden voor EU-status langdurig ingezetene

Een gezinslid van een erkende langdurig ingezetene heeft geen recht op de EU-status van langdurig ingezetene, als het niet zelf voldoet aan de voorwaarden. Zelfs als de nationale wet het gezinslid wel de rechten verleent die bij die status horen, dan nog kan zij tegenover andere lidstaten daarop geen beroep doen. Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 17 juli 2014 in de zaak C-469/13, Shamim Tahir tegen Ministero dell’Interno en Questura di Verona.

De Italiaanse wetgeving die de omzetting regelt van richtlijn 2003/109/EG betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, zoals gewijzigd bij richtlijn 2011/51/EU, is ruimhartiger dan die richtlijn. Volgens de richtlijn kan een onderdaan van een derde land die ten minste vijf jaar in de desbetreffende lidstaat woont de status van langdurig ingezetene in de zin van deze richtlijn verwerven. Op grond van de Italiaanse wetgeving kunnen de andere gezinsleden eveneens een verblijfstitel als langdurig ingezetene krijgen, zelfs als zij korter dan vijf jaar in Italië wonen.

Mevrouw Tahir vroeg na een verblijf van twee jaar een EU-verblijfsvergunning als langdurig ingezetene aan. Deze werd haar geweigerd. Haar echtgenoot, die langer dan vijf jaar in Italië verbleef, had inmiddels wel een EU-verblijfsvergunning als langdurig ingezetene. De Italiaanse rechter vroeg het EU-Hof vervolgens of personen als mevrouw Tahir kunnen worden vrijgesteld van de voorwaarden van de richtlijn.

Het EU-Hof stelt echter vast dat iedere derdelander zelf moet voldoen aan de voorwaarden van de richtlijn om dat status van langdurig ingezetene te kunnen verwerven. Mevrouw Tahir beriep zich erop dat artikel 13 van richtlijn 2003/109/EG toestaat dat lidstaten permanente verblijfstitels of verblijfstitels van onbeperkte duur af te geven onder gunstigere voorwaarden dan die welke in deze richtlijn zijn vastgesteld.

Het EU-Hof wijst erop dat artikel 13 van richtlijn 2003/109 de lidstaten weliswaar bovengenoemde mogelijkheid biedt, maar volgens de ondubbelzinnige bewoordingen van de tweede volzin van die bepaling kan het enkel gaan om „verblijfstitels [die] [...] geen toegang [geven] tot het recht van verblijf in de andere lidstaten zoals bepaald in hoofdstuk III [van deze richtlijn]”. Uit artikel 2, sub b, juncto artikel 14, lid 1, van richtlijn 2003/109 blijkt dat een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in beginsel het recht verleent om gedurende een periode van meer dan drie maanden te verblijven in een andere lidstaat dan die welke hem de status van langdurig ingezetene heeft toegekend. Daarom kan volgens het EU-Hof een verblijfsvergunning die op grond van artikel 13 van die richtlijn aan een gezinslid wordt afgegeven onder gunstigere voorwaarden dan de in het Unierecht gestelde, geen EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene in de zin van die richtlijn zijn.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X