Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.
Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"
Translate this site
Posts tonen met het label Premieplicht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Premieplicht. Alle posts tonen
Vijlbrief overlegt met Luxemburg over premieplicht Rijnvarenden
Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën beantwoordt Kamervragen over de uitspraak van de Hoge Raad inzake premieplicht Rijnvarenden.
Het gaat om rijnvarenden die werkzaam zijn of zijn geweest voor een in Luxemburg gevestigde werkgever en die op grond van de aanwijsregels van de Rijnvarendenovereenkomst sociaal verzekerd zijn in Nederland. De werkgever heeft echter niet de Nederlandse premie volksverzekeringen op het loon ingehouden, maar de Luxemburgse.
De arresten van de Hoge Raad bevestigen de Nederlandse premieplicht van de rijnvarenden in kwestie en de bevoegdheid van de belastinginspecteur om de premie volksverzekeringen te heffen. Ook bevestigt de Hoge Raad dat een rechtsgrond ontbreekt om bij de heffing rekening te houden met onverschuldigd betaalde premies in een andere lidstaat. Daarmee is de situatie echter niet anders dan medio 2019 het geval was.
Overleg met Luxemburg
Dit betekent ook dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris het nog steeds onwenselijk achten dat het terugvorderen van onverschuldigd betaalde Luxemburgse premies op problemen stuit. Zij blijven zich inzetten voor een oplossing hiervoor. Voor het realiseren van deze inzet is medewerking van Luxemburg nodig. Het streven is om in september tot een akkoord te komen. Wij zullen uw Kamer in het najaar hierover nader informeren.
Geplaatst door Vincent de Groot van
Robelco Tax Services
op
vrijdag, augustus 28, 2020
Labels:
Kamervragen,
Premieplicht,
Rijnvarenden
Herkansing voor beroep van Rijnvarende
Hof Amsterdam oordeelt dat de rechtbank de zaak conform het niet ingetrokken ‘meer subsidiaire’ standpunt van de heer X toch inhoudelijk had moeten behandelen. Volgt terugwijzing.
De heer X werkt in 2011 in de Rijnvaart. Zijn IB-aanslag over dat jaar is op 29 oktober 2014 ambtshalve opgelegd. Op 12 november 2014 is alsnog een aangiftebiljet ingediend. Hierbij is verzocht om vrijstelling voor de volksverzekeringen. De aangifte is aangemerkt als bezwaar. In geschil is of het bezwaar terecht ongegrond is verklaard. Volgens Rechtbank Noord-Holland is het beroep niet-ontvankelijk, aangezien X geen belang had bij het beroep. X heeft aangegeven dat het belang ligt in een eventueel nog op te leggen navorderingsaanslag door de Belastingdienst. Op de zitting verklaart de gemachtigde van X volgens de rechtbank dat hij geen inhoudelijke behandeling van het beroep wenst en dat de aanslag te laag is. X gaat in hoger beroep.
De heer X werkt in 2011 in de Rijnvaart. Zijn IB-aanslag over dat jaar is op 29 oktober 2014 ambtshalve opgelegd. Op 12 november 2014 is alsnog een aangiftebiljet ingediend. Hierbij is verzocht om vrijstelling voor de volksverzekeringen. De aangifte is aangemerkt als bezwaar. In geschil is of het bezwaar terecht ongegrond is verklaard. Volgens Rechtbank Noord-Holland is het beroep niet-ontvankelijk, aangezien X geen belang had bij het beroep. X heeft aangegeven dat het belang ligt in een eventueel nog op te leggen navorderingsaanslag door de Belastingdienst. Op de zitting verklaart de gemachtigde van X volgens de rechtbank dat hij geen inhoudelijke behandeling van het beroep wenst en dat de aanslag te laag is. X gaat in hoger beroep.
Geplaatst door Vincent de Groot van
Robelco Tax Services
op
vrijdag, januari 11, 2019
Labels:
Amsterdam,
Premieplicht,
Rechtspraak,
Rijnvaart,
Volksverzekeringen
Letse zeevarende die buiten de EU werkt is verzekerd in zijn woonstaat
Een Letse zeevarende die buiten de EU werkt is verzekerd in zijn woonstaat. Dat is (ook) de conclusie van Advocaat-Generaal Pitruzzella (Europese Hof van Justitie) naar aanleiding van een prejudiciële vraag die de Hoge Raad der Nederlanden heeft gesteld aan het Europese Hof van Justitie (zaak C-631/17) naar aanleiding van een procedure die door Robelco Tax Services wordt gevoerd.
Casus
Conclusie A-G Pitruzzella (Europese Hof van Justitie)
Volgens de A-G valt deze situatie inderdaad onder dit artikel, de nieuwe vangnetbepaling van EG-Verordening 883/2004 (artikel 11, lid 3, onder e). Dat artikel wijst de sociale zekerheidswetgeving van de woonstaat aan. Er is discussie over of dit artikel niet slechts in toepassing is beperkt tot inactieven en post-actieven. Maar volgens de A-G is dit niet het geval, omdat dit niet naar voren komt uit de tekst van het artikel en de (summiere) toelichting daarop. De toepassing van de vangnetbepaling resulteert vervolgens in het aanwijzen van de wetgeving van het woonland van de werknemer (in casu de Letse), waardoor de Nederlandse wetgeving inzake sociale zekerheid niet op de Letse zeevarende van toepassing is. Dit is in lijn met hetgeen is ingebracht door Robelco Tax Services en stemt volledig overeen met de uiteenzetting van de Hoge Raad der Nederlanden in deze zaak.
Wat zijn de mogelijke gevolgen?
Indien Het Europese Hof van Justitie de conclusie van de A-G volgt zal voor alle werkzaamheden die onder de reikwijdte van Verordening 883/2004 vallen, maar waarvoor geen specifieke aanwijsregel bestaat, de wetgeving van de woonstaat van de werknemer van toepassing zijn. In de praktijk kan dit voor werkgevers leiden tot (extra) administratieve lasten wanneer er gebruik wordt gemaakt van werknemers vanuit verschillende Europese landen.
De arresten Aldewereld en Kik zijn niet (meer) relevant voor soortgelijke gevallen die spelen na 1 mei 2010 (de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening). Voor gevallen die zijn aangevangen voor de inwerkingtreding van Verordening 883/2004 en daarna ongewijzigd voortduren is overgangsrecht van toepassing, op basis waarvan de uitwerking van Verordening 1408/71 nog van toepassing is voor een maximale periode van 10 jaar.
Tot besluit
Sinds 1 januari 2015 is de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (arresten Aldewereld en Kik) vastgelegd in de Nederlandse nationale wetgeving. Deze regels stellen dat EU-onderdanen, woonachtig in een andere LidStaat dan Nederland, in dienst bij een Nederlandse werkgever en die werkzaam zijn buiten de EU (en de EER en Zwitserland), onderworpen zijn aan de Nederlandse werknemers- en volksverzekeringen.
Indien de conclusie van de A-G door het Europese Hof wordt gevolgd, zal deze wetgeving elke waarde verliezen. Individuen die in een dergelijke situatie geraken, blijken immers sociaal verzekerd te zijn in hun woonland en niet in het land waar hun werkgever is gevestigd!
Casus
In de zaak gaat het om een inwoner van Letland met de Letse nationaliteit die in het jaar 2013 werkzaam is voor een in Nederland gevestigde werkgever. De werkzaamheden van de Letse zeevarende worden verricht aan boord van een zeeschip dat onder de vlag van de Bahama’s vaart.
In geschil is of de werknemer in deze periode onderworpen is aan de Nederlandse volksverzekeringen. De inspecteur stelt dat artikel 11, lid 3, onder e, van EG-Verordening 883/2004, niet op de Letse zeevarende van toepassing kan zijn en dat dientengevolge op basis van het arrest Aldewereld de wetgeving van het land waar de werkgever is gevestigd van toepassing is. Dat is in deze zaak Nederland. De vraag die derhalve beantwoord moet worden is of artikel 11, lid 3, onder e, van EG-Verordening 883/2004 van toepassing is op de Letse zeevarende die buiten de EU zijn werkzaamheden verricht.
In geschil is of de werknemer in deze periode onderworpen is aan de Nederlandse volksverzekeringen. De inspecteur stelt dat artikel 11, lid 3, onder e, van EG-Verordening 883/2004, niet op de Letse zeevarende van toepassing kan zijn en dat dientengevolge op basis van het arrest Aldewereld de wetgeving van het land waar de werkgever is gevestigd van toepassing is. Dat is in deze zaak Nederland. De vraag die derhalve beantwoord moet worden is of artikel 11, lid 3, onder e, van EG-Verordening 883/2004 van toepassing is op de Letse zeevarende die buiten de EU zijn werkzaamheden verricht.
Conclusie A-G Pitruzzella (Europese Hof van Justitie)
Volgens de A-G valt deze situatie inderdaad onder dit artikel, de nieuwe vangnetbepaling van EG-Verordening 883/2004 (artikel 11, lid 3, onder e). Dat artikel wijst de sociale zekerheidswetgeving van de woonstaat aan. Er is discussie over of dit artikel niet slechts in toepassing is beperkt tot inactieven en post-actieven. Maar volgens de A-G is dit niet het geval, omdat dit niet naar voren komt uit de tekst van het artikel en de (summiere) toelichting daarop. De toepassing van de vangnetbepaling resulteert vervolgens in het aanwijzen van de wetgeving van het woonland van de werknemer (in casu de Letse), waardoor de Nederlandse wetgeving inzake sociale zekerheid niet op de Letse zeevarende van toepassing is. Dit is in lijn met hetgeen is ingebracht door Robelco Tax Services en stemt volledig overeen met de uiteenzetting van de Hoge Raad der Nederlanden in deze zaak.
Wat zijn de mogelijke gevolgen?
Indien Het Europese Hof van Justitie de conclusie van de A-G volgt zal voor alle werkzaamheden die onder de reikwijdte van Verordening 883/2004 vallen, maar waarvoor geen specifieke aanwijsregel bestaat, de wetgeving van de woonstaat van de werknemer van toepassing zijn. In de praktijk kan dit voor werkgevers leiden tot (extra) administratieve lasten wanneer er gebruik wordt gemaakt van werknemers vanuit verschillende Europese landen.
De arresten Aldewereld en Kik zijn niet (meer) relevant voor soortgelijke gevallen die spelen na 1 mei 2010 (de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening). Voor gevallen die zijn aangevangen voor de inwerkingtreding van Verordening 883/2004 en daarna ongewijzigd voortduren is overgangsrecht van toepassing, op basis waarvan de uitwerking van Verordening 1408/71 nog van toepassing is voor een maximale periode van 10 jaar.
Tot besluit
Sinds 1 januari 2015 is de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (arresten Aldewereld en Kik) vastgelegd in de Nederlandse nationale wetgeving. Deze regels stellen dat EU-onderdanen, woonachtig in een andere LidStaat dan Nederland, in dienst bij een Nederlandse werkgever en die werkzaam zijn buiten de EU (en de EER en Zwitserland), onderworpen zijn aan de Nederlandse werknemers- en volksverzekeringen.
Indien de conclusie van de A-G door het Europese Hof wordt gevolgd, zal deze wetgeving elke waarde verliezen. Individuen die in een dergelijke situatie geraken, blijken immers sociaal verzekerd te zijn in hun woonland en niet in het land waar hun werkgever is gevestigd!
Rechtbank stelt prejudiciële vragen over premieplicht zeevarende onder nieuwe EU-Verordening
Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft recent vragen gesteld aan de Hoge Raad over de premieplicht van een zeevarende op een schip met een niet-Europese vlag onder toepassing van de regels van EU Verordening 883/2004. In de zaak ‘Kik’ werd onder de oude verordening aangesloten bij het land waar de werkgever is gevestigd. Nu leeft de prangende vraag hoe deze casus zal uitwerken onder toepassing van de (nieuwe) EU Verordening 883/2004. Door de vragen van de rechtbank aan de Hoge Raad hopen wij dat op die vraag spoedig een antwoord zal komen.
Wat betekent dit voor u als werkgever?
Een antwoord op de gestelde prejudiciële vragen zal de in de praktijk bestaande onzekerheid oplossen over de toepassing van de nieuwe verordening in situaties waarin werknemers werkzaam zijn op schepen in de offshore industrie die varen onder de vlag van een land gelegen buiten de Europese Unie. Een arrest van de Hoge Raad in deze casus kan mogelijk gevolgen hebben voor de Nederlandse visie op de sociale zekerheidspositie van dergelijke werknemers. Een eventuele doorverwijzing door de Hoge Raad naar het Hof van Justitie zal hierop zelfs een Europese visie geven.
Geplaatst door Vincent de Groot van
Robelco Tax Services
op
dinsdag, mei 23, 2017
Labels:
1408/71,
883/2004,
Premieplicht,
Rechtbank,
Zeevarende
Geen premieplicht in Nederland voor Belgisch ingezetene die deels in Nederland werkt
Belanghebbende woont in België en verricht opdrachten voor een in Nederland gevestigde vennootschap. Hij wordt betaald via een Belgische vennootschap. Aannemelijk is dat belanghebbende de overeengekomen werkzaamheden voor 20% van huis uit (in België) en voor 80% in Nederland heeft verricht. De inspecteur heeft dan terecht 80% van het genoten salaris belast. Belanghebbende is in België niet verzekerd als zelfstandige. Over de verzekeringsplicht van belanghebbende als werknemer heeft het Belgische bevoegde orgaan kennelijk niet verklaard. De rechtbank is van oordeel dat het besluit van de SVB over de verzekeringsplicht niet bindend is en dat op grond van artikel 14, tweede lid, onderdeel b, sub i, van de Vo 1408/71, uitsluitend de wetgeving van België van toepassing is. Daaraan doet niet af dat belanghebbende in België niet als verzekerd werknemer is aangemeld.
Geplaatst door Vincent de Groot van
Robelco Tax Services
op
dinsdag, januari 10, 2017
Labels:
België,
Nederland,
Premieplicht,
Rechtspraak,
SVB,
Verzekeringsplicht
Svb mag zich niet baseren op vermoedens bij vaststelling verzekeringsplicht
Een bedrijf dat Rijnvarenden beschikbaar stelt voor werk op schepen die varen op de binnenwateren van onder meer Nederland en België heeft de Svb bij brief van 25 april 2013 gevraagd om de sociale zekerheidswetten van Cyprus op deze werknemers van toepassing te verklaren. De Rijnvarenden wonen in Nederland.
De rechtbank overweegt voor wat betreft de procedurele aspecten dat de brief van 25 april 2013 niet kan worden gezien als een aanvraag om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. De brief is evenmin aan te merken als een verzoek als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb, omdat de Svb aan Vo 883/2004 niet de bevoegdheid ontleent om op dit verzoek te besluiten. De bij de brief van 25 april 2013 gevoegde verklaringen zijn niet aan te merken als aanvragen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb omdat deze niet zijn ondertekend.
Geplaatst door Vincent de Groot van
Robelco Tax Services
op
donderdag, juni 30, 2016
Labels:
Cyprus,
EEG,
Premieplicht,
Rechtspraak,
Rijnvarenden,
SVB
Geen premievrijstelling voor stuurvrouw op Rijnvaart
Hof 's-Gravenhage oordeelt in hoger beroep dat het binnenvaartschip wordt geëxploiteerd voor rekening en risico van haar echtgenoot en dat de zetel van zijn onderneming niet buiten Nederland is gelegen. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).
Geplaatst door Vincent de Groot van
Robelco Tax Services
op
donderdag, november 21, 2013
Labels:
HR,
Premieplicht,
Rechtspraak,
Rijnvaart,
Rijnvarende
Abonneren op:
Posts (Atom)