Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site


Ook bij per abuis geclaimde aftrek elders belast belastingrente

De Inspecteur heeft belanghebbende op de voet van het bepaalde in artikel 30fc, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de onderhavige belastingrente in rekening gebracht. Het bedrag als zodanig – de gehanteerde rentevoet en de periode waarover rente is berekend – is tussen partijen niet in geschil.

Belanghebbende betoogt in de kern dat de omstandigheid dat bij de definitieve aanslag van 10 februari 2016 een bedrag van € 1.208 aan door hem te betalen inkomstenbelasting is vastgesteld, louter het gevolg is van een door de Inspecteur bij de regeling van de voorlopige aanslag van 14 juni 2014 gemaakte fout. De Inspecteur heeft immers, aldus belanghebbende, zonder dat daarop in de aangifte aanspraak is gemaakt en in strijd met het belastingverdrag Nederland – Zwitserland, zelfstandig een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting aan hem verleend. Zonder deze fout zou bij de vastgestelde definitieve aanslag – na verrekening van de voorheffingen en voorlopige aanslagen – geen belasting zijn verschuldigd en derhalve ook geen belastingrente. Kennelijk moet dit standpunt van belanghebbende aldus worden begrepen dat het door de Inspecteur in acht te nemen zorgvuldigheidsbeginsel te dezen aan het in rekening brengen van belastingrente in de weg staat (vgl. HR 24 september 2010, nr. 08/03539, ECLI:NL:HR:2010:BM1206).
Aangifte
Anders dan belanghebbende betoogt, heeft hij naar het oordeel van het Hof in de aangifte – al dan niet bewust – weldegelijk aanspraak gemaakt op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. De tekst van vraag 45 in het aangiftebiljet, gelezen in samenhang met de gegeven toelichting daarop, kan naar het oordeel van het Hof redelijkerwijs niet anders worden verstaan dan dat de vraag ziet op het voorkomen van dubbele belasting in de situatie dat een bepaalde inkomstenbron dubbel, zowel in Nederland als in het buitenland, wordt belast. De vragen 7a, 45 en 45a en de toelichting op deze laatste twee vragen geven duidelijk weer dat enerzijds de buitenlandse inkomsten (bij vraag 7a) moeten worden opgenomen als onderdeel van het belastbare inkomen en anderzijds dat de belastingplichtige (bij vragen 45 en 45a) de inspecteur kan verzoeken heffing over die buitenlandse inkomsten achterwege te laten of te verminderen (aangeduid als aftrek) ter voorkoming van dubbele belasting. Van een onduidelijke en overbodige vraagstelling als door belanghebbende gesteld, is naar het oordeel van het Hof geen sprake. Dat belanghebbende in de aangifte een verzoek heeft gedaan tot toekenning van een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting volgt niet alleen uit het omcirkelen van het woord “ja’ in vraag 45 maar ook uit het invullen van vraag 45a. In de toelichting bij het aangiftebiljet is met betrekking tot vraag 45a tot en met 45i immers nadrukkelijk vermeld “Vul deze vragen alleen in als u een verzoek doet om dubbele belasting te voorkomen”. De omstandigheid dat belanghebbende zich niet ervan bewust was dat hij door aldus te handelen een verzoek tot voorkoming van dubbele belasting heeft gedaan, doet niet eraan af dat de Inspecteur redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat een dergelijk verzoek wel was gedaan.

Voorlopige aanslag
Een voorlopige aanlag, die slechts een grondslag schept voor het doen van vooruitbetalingen op de definitieve belastingschuld, pleegt – in overeenstemming met de desbetreffende wettelijke voorschriften – door een inspecteur te worden vastgesteld aan de hand van niet of slechts zeer globaal door de inspecteur gecontroleerde gegevens. Bij de vaststelling van een voorlopige aanslag ligt een grondig onderzoek van de zijde van de belastingdienst derhalve niet voor de hand (vgl. onder meer HR 17 januari 2003, nr. 37.463, ECLI:HR:2003:AF2996). Die werkwijze is, naar het Hof aannemelijk acht, ook in het onderhavige geval gehanteerd. De Inspecteur heeft belanghebbende bij het vaststellen van de voorlopige aanslag van 14 juni 2014 immers bericht dat die aanslag uitsluitend is gebaseerd op de gegevens uit de aangifte 2013. Nu in die aangifte, naar het Hof hiervoor heeft geoordeeld, een verzoek tot toekenning van een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting was opgenomen, althans dat de Inspecteur daarvan redelijkerwijs mocht uitgaan, kan niet worden gezegd dat de Inspecteur onzorgvuldig heeft gehandeld door dat verzoek aanvankelijk, in het kader van de regeling van de voorlopige aanslag te honoreren. Dat het belastingverdrag Nederland – Zwitserland het heffingsrecht over het pensioen aan Nederland toewijst, doet aan deze conclusie niet af. Hierbij zij overigens nog aangetekend dat genoemd belastingverdrag het heffingsrecht over sommige pensioenen toewijst aan de bronstaat Zwitserland, zodat niet zonder meer duidelijk is dat Nederland altijd mag heffen over Zwitserse pensioenen.

Definitieve aanslag
Het stond de Inspecteur, gelijk de Rechtbank heeft geoordeeld en belanghebbende ook niet betwist, vervolgens vrij om de toegekende aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, bij het vaststellen van de definitieve aanslag terug te nemen. Hierdoor was belanghebbende een bedrag van € 1.208 aan belasting verschuldigd geworden.

Belastingrente
Gelet hierop en op het bepaalde in de leden 1 en 2 van artikel 30fc van de Algemene wet inzake rijksbelastingen heeft de Inspecteur belanghebbende terecht over dit bedrag belastingrente in rekening gebracht. In aanmerking genomen dat de Inspecteur niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld is er geen grond de beschikking belastingrente te vernietigen of te matigen. Opgemerkt zij voorts nog dat ook geen grond bestaat de belastingrente te matigen op de voet van het derde lid van genoemd artikel 30fc, aangezien de definitieve aanslag niet is vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte van belanghebbende.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X