Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Steward op zeeschip is volgens A-G niet premieplichtig in Nederland

A-G Wattel is van mening dat het een 'acte clair' is dat de keuze tussen woonstaat en werkgeversstaat in casu wordt bepaald door art. 11 lid 3 onderdeel e EG-Verordening nr. 883/2004 en niet meer door de door die bepaling achterhaalde Aldewereld- en Kik-rechtspraak. In casu is op de heer X de wetgeving van de woonstaat Letland van toepassing.

Belanghebbende, de heer X, heeft de Letse nationaliteit en woont in Letland. Van 13 augustus 2013 tot en met 31 december 2013 werkt X in loondienst van een in Nederland gevestigde bv. X werkt als steward op een zeeschip dat vaart onder de vlag van de Bahama's. Het schip ligt in die periode als een platform boven het Duitse deel van het continentale plat onder de Noordzee. In geschil is of X in deze periode premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen.

Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het geen 'acte clair' of de EG-Verordening nr. 883/2004 de socialezekerheidswetgeving van de werkgeversstaat of van de woonstaat aanwijst. Het is de vraag of na de invoering van de restbepaling, art. 11 lid 3 onderdeel e van deze verordening, in de onderhavige situatie de zogenaamde Aldewereld-leer nog geldt.
De volgende prejudiciële vragen zijn daarom aan de Hoge Raad gesteld:

1. De wetgeving van welke lidstaat wordt door de verordening aangewezen voor de periode waarin X (a) in Letland woont, (b) de Letse nationaliteit heeft, (c) in dienst is van een in Nederland gevestigde werkgever, (d) als zeevarende werkzaam is, (e) zijn arbeid verricht aan boord van een zeeschip dat vaart onder de vlag van de Bahama's, en (f) deze werkzaamheden verricht buiten het EU-grondgebied?

2. Indien uit het antwoord op vraag 1 volgt dat in beginsel de wetgeving van Letland wordt aangewezen, moet dan worden onderzocht of de wetgeving in Letland voorziet in aansluiting van een persoon in de situatie zoals die van X bij enig stelsel van sociale zekerheid voor de bij vraag 1 bedoelde periode?

Advocaat-Generaal Wattel is van mening dat het een 'acte clair' is dat de keuze tussen woonstaat en werkgeversstaat in casu wordt bepaald door art. 11 lid 3 onderdeel e EG-Verordening nr. 883/2004 en niet meer door de door die bepaling achterhaalde Aldewereld- en Kik-rechtspraak. De A-G geeft de Hoge Raad daarom in overweging de prejudiciële vragen als volgt te beantwoorden:

1. In casu wijst Verordening (EG) 883/2004 de wetgeving van de woonstaat Letland aan voor de in deze vraag bedoelde periode;

2. Niet onderzocht hoeft te worden of de Letse wetgeving voorziet in aansluiting van X bij enig stelsel van sociale zekerheid voor de bedoelde periode.

Dit laatste vloeit volgens de A-G voort uit het arrest Zinnecker van het HvJ EU (13 oktober 1993, nr. C-121/92, ECLI:EU:C:1993:840, BNB 1994/203).

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X