Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Geen verboden onderscheid op grond van ras bij korting AOW-aanspraak

Een man geboren in 1940 woont sinds 1965 in Nederland. Vóór die tijd woonde hij in het toenmalige Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. De Algemene Ouderdomswet (AOW) bepaalt dat iemand tussen zijn 15de en 65ste in Nederland moet hebben gewoond om voor een volledige AOW-uitkering in aanmerking te komen (ingezeteneneis). Voor ieder jaar dat iemand niet in Nederland heeft gewoond, wordt de AOW-uitkering gekort met 2%. Omdat de man na inwerkingtreding van de AOW en gedurende deze periode acht jaar buiten Nederland woonde, wordt hij met 16% gekort op zijn AOW-uitkering. Hij ontvangt dus 16% minder AOW dan iemand die gedurende van zijn 15de tot 65ste jaar wel in Nederland heeft gewoond. Volgens de man maakt de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hiermee verboden onderscheid op grond van ras.

Oordeel College
Het College voor de Rechten van de Mens spreekt als zijn oordeel uit dat de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid jegens de man geen verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van ras bij het korten van zijn AOW-uitkering.

Toelichting
De staatssecretaris van SZW heeft ter rechtvaardiging van de ingezeteneneis twee doelen aangevoerd. In de eerste plaats het respecteren van de autonomie van andere staten en ten tweede het veiligstellen van de financierbaarheid en de houdbaarheid van het AOW-systeem. Om deze doelen te bereiken wordt de AOW-aanspraak gekort voor de jaren dat iemand geen ingezetene van Nederland was. Hierdoor wordt indirect onderscheid op grond van ras gemaakt. De ingezeteneneis treft personen van niet-Nederlandse afkomst namelijk bijzonder. Zij zullen immers vaker dan personen die afkomstig zijn uit Nederland tussen hun 15e en 65e buiten Nederland hebben gewoond, waardoor zij een onvolledige AOW hebben opgebouwd. Het College oordeelt dat dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is. Met de hierboven genoemde doelen wordt de autonomie van andere staten gerespecteerd wat betreft de sociale zekerheid ten behoeve van hun ingezetenen. Voorts biedt de ingezeteneneis duidelijkheid over de kosten van de AOW te zijner tijd. Het is dan ook niet disproportioneel om de omvang van de AOW-aanspraak te relateren aan de jaren waarin iemand in Nederland heeft gewoond. Het onderscheid is dan ook objectief gerechtvaardigd en daarom niet verboden. De staatssecretaris van SZW handelt dus niet in strijd met het verbod van onderscheid op grond van ras als hij de man kort op zijn AOW-uitkering.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X