Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Vergoeding voor kosten van dubbele huisvesting aan één werknemer

Belastbaar loon is het gezamenlijk bedrag aan loon. Loon is al hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten. Tot het loon behoren niet vergoedingen voor zover zij geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking (vrije vergoedingen). Tot de vrije (onbelaste) vergoedingen behoren ingevolge artikel 15b, eerste lid, aanhef en letter i, van de Wet niet “vergoedingen ter zake van huisvesting buiten de woonplaats ter zake van de dienstbetrekking voor zover de vergoeding betrekking heeft op een periode van meer dan twee jaar”. Deze regeling was voor 1 januari 2001 inhoudelijk niet anders. Bij de invoering van de regeling die tot 1 januari 2001 gold, is in de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 1988/1989, 20 873, nr. 3, blz. 31) het volgende opgemerkt:

“De (…) post ziet op de kosten van dubbele huisvesting voor zover die thans zijn aan te merken als aftrekbare kosten. Deze extra huisvestingskosten zijn aftrekbaar met betrekking tot een periode van ten hoogste 24 maanden.”

Vaststaat dat een werknemer van belanghebbende, [B] die woonachtig is in [plaats 1], in opdracht van belanghebbende gedurende het onderhavige tijdvak ten behoeve van verschillende cliënten van belanghebbende heeft gewerkt op een door die cliënten aangewezen locatie. Belanghebbende heeft aan deze bij haar in dienst zijnde werknemer kosten van huisvesting vergoed nabij locaties waar die werknemer voor die cliënten werkzaamheden verrichtte. Verder staat vast dat elk van deze projecten, in verband waarmee belanghebbende kosten van huisvesting aan die werknemer heeft vergoed, afzonderlijk niet langer hebben geduurd dan twee jaren. Tussen partijen is niet in geschil dat deze kosten zijn gemaakt ter zake van de dienstbetrekking van die werknemer als bedoeld in artikel 15b, eerste lid, aanhef en letter i, van de Wet.

Met betrekking tot het antwoord op de vraag of die vergoeding op een periode van meer dan twee jaar betrekking heeft, volgt uit de tekst van evenvermeld artikel niet of deze twee-jarentermijn moet worden bezien per opdracht of tewerkstelling, zoals belanghebbende betoogt, of in zijn totaliteit over iemand zijn loopbaan of dienstbetrekking, zoals de Inspecteur betoogt. Uit de hiervoor geciteerde passage uit de wetsgeschiedenis en uit de wettekst zelf is af te leiden dat er een verband moet zijn tussen de vergoeding en een periode van ten hoogste twee jaren. Daaruit volgt naar ’s Hofs oordeel dat iemand die verschillende keren tijdens zijn dienstbetrekking komt te staan voor het maken van kosten van dubbele huisvesting ter zake van de dienstbetrekking, elk van die keren die kosten onbelast kunnen worden vergoed voor een periode van maximaal twee jaren. Het Hof volgt derhalve niet de uitleg die de Inspecteur en de rechtbank voorstaan, die in wezen ertoe leidt dat een werkgever elke periode van dubbele huisvesting gedurende iemand zijn loopbaan of dienstbetrekking (extracomptabel) moet bijhouden waarover hij reeds ter zake van de dienstbetrekking een vergoeding heeft verleend. Zulks kan niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest.

Het betoog van de Inspecteur dat ook ambulante beroepen, zoals dat van werknemer [B], onder de reikwijdte vallen van artikel 15b, eerste lid, aanhef en onderdeel j, van de Wet op de loonbelasting 1964, gelet op het Besluit van 13 februari 2001, nr. CPP2000/3210M, leidt niet tot een ander oordeel. In dat besluit heeft de staatssecretaris van Financiën in zijn hoedanigheid van uitvoerder van de Wet zijn standpunt kenbaar gemaakt, hetgeen niet afdoet aan hetgeen blijkt uit de meergenoemde artikel en zijn totstandkominggeschiedenis.

Verder staat de uitbreiding van artikel 82 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 niet aan de hiervoor gegeven uitleg in de weg. Met deze regeling is beoogd dat de inhoudingsplichtige via eindheffing de (gebruteerde) belasting voor zijn rekening kan nemen die betrekking heeft op vergoedingen van kosten van dubbele huisvesting voor zover de vergoeding betrekking heeft op een periode van meer dan twee jaar. Deze regeling ziet op gevallen dat werkzaamheden op dezelfde locatie na twee jaren nog steeds dubbele huisvestingskosten met zich brengen, bijvoorbeeld bij bewindslieden.

Uit het voorgaande volgt dat een bedrag van € 25.154 aan loonheffing met betrekking tot het langer dan twee jaar verstrekken van een onbelaste vergoeding voor kosten van dubbele huisvesting aan werknemer [B] ten onrechte is nageheven.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X