Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Geen verplichte verzekering AWBZ bij inkomsten in Nederland voor gepensioneerde ambtenaar

De artikelen 14 en 20 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (aangehaald in de onderdelen 4.4 en 4.5 van de conclusie van de Advocaat-Generaal), bepalen dat het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure de regeling vaststellen inzake de sociale voorzieningen die van toepassing is op personen die werkzaam zijn of zijn geweest bij instellingen van de EU. Verordening 422/67 geeft daaraan uitvoering. Artikel 11 van Verordening 422/67 houdt in dat gepensioneerden op wie het Ambtenarenstatuut van toepassing is en die hun ambt ten minste tot op 63‑jarige leeftijd hebben uitgeoefend, zonder beperking vallen onder de ziektekostenregeling waarin het Ambtenarenstatuut voorziet. In artikel 72 van het Ambtenarenstatuut is onder meer geregeld welke ziektekosten worden vergoed. Die regeling geldt ook voor een gepensioneerde zoals belanghebbende (zie onderdeel 4.9 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

In het arrest van het Hof van Justitie van 10 mei 2017, De Lobkowicz/Frankrijk, C-690/15, ECLI:EU:C:2017:355 (hierna: het arrest De Lobkowicz), punt 40 tot en met 49, is geoordeeld dat de EU, met uitsluiting van de lidstaten, als enige bevoegd is te bepalen welke regels op EU‑ambtenaren van toepassing zijn wat betreft hun verplichtingen op het gebied van sociale zekerheid, en dat de lidstaten de inkomsten van die ambtenaren niet mogen belasten met sociale bijdragen en heffingen, ook niet indien die niet over het salaris van de EU maar alleen over andere, in een lidstaat genoten inkomsten worden geheven.

Uit de in onderdeel 5.1 vermelde bepalingen, in onderling verband bezien, volgt dat deze bepalingen ook voor personen die tot (ten minste) hun 63e levensjaar in dienst van de EU zijn gebleven een onvoorwaardelijke en uitputtende regeling geven voor de wettelijke ziektekostenverzekering. Het is buiten redelijke twijfel dat hetgeen het Hof van Justitie heeft overwogen in het arrest De Lobkowicz, ook voor belanghebbende heeft te gelden. Dat betekent dat de financiële verplichtingen op het gebied van sociale zekerheid, in dit geval de verzekering van de risico’s van ziekte, zijn onttrokken aan de bevoegdheid van Nederland.

Anders dan het middel in het principale beroep betoogt, kan aan hetgeen in 5.3 is overwogen niet afdoen dat artikel 72, lid 4, van het Ambtenarenstatuut voorziet in een anticumulatieregeling voor het geval dat een (ex)ambtenaar vergoedingen heeft ontvangen of op vergoedingen aanspraak kan maken krachtens een andere bij wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen voorgeschreven ziektekostenverzekering. Uit de tekst van deze bepaling volgt dat de anticumulatieregeling strekt tot het voorkomen van dubbele vergoedingen. De anticumulatieregeling geeft aan de lidstaten evenwel niet de bevoegdheid om ter voorkoming van dubbele vergoedingen af te wijken van de bepalingen van Verordening 422/67.

Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot het oordeel dat toepassing van artikel 21, lid 2, van KB 746 in het geval van belanghebbende in strijd is met het Unierecht, zodat dit artikel buiten toepassing moet blijven. De overige onderdelen van het middel in het principale beroep kunnen niet tot een ander oordeel leiden en behoeven daarom geen behandeling. De uitspraak van de CRvB kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Het principale beroep in cassatie is ongegrond en het incidentele beroep in cassatie is gegrond.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X