Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Fiscale tegemoetkoming naar rato van het aandeel van het inkomen in Nederland

Naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van 9 februari 2017, C-283/15, ECLI:EU:C:2017:102, BNB 2017/121 (hierna: het arrest van het Hof van Justitie) heeft de Hoge Raad het geding verwezen naar dit Hof voor een nadere berekening van de verschuldigde (inkomsten)belasting. Het geschil in hoger beroep na verwijzing spitst zich toe op de vraag hoe deze berekening moet worden uitgevoerd.

Lijfrentepremie
In zijn conclusie naar aanleiding van het verwijzingsarrest betoogt de Inspecteur dat de door belanghebbende betaalde lijfrentepremie in aanmerking genomen dient te worden als een uitgave voor inkomensvoorzieningen, naar verhouding van het aandeel van het inkomen dat belanghebbende in het onderhavige jaar in Nederland heeft ontvangen. Dit standpunt wordt verworpen op de grond van de volgende overweging.

De Inspecteur heeft de onderhavige aanslag berekend met toepassing van de keuzeregeling. Daarbij heeft de Inspecteur bij de berekening van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting de door belanghebbende betaalde lijfrentepremie niet in de teller van de zogenoemde voorkomingsbreuk opgenomen, zodat hij de gehele lijfrentepremie in aftrek heeft toegelaten. Vervolgens heeft de Inspecteur ter zitting van de Rechtbank verklaard niet terug te komen op de wijze waarop de lijfrentepremie in de onderhavige aanslag is betrokken. Naar het oordeel van het Hof heeft de Inspecteur aldus zijn standpunt dat de lijfrentepremie niet volledig aftrekbaar is, uitdrukkelijk en zonder voorbehoud prijsgegeven. Dit standpunt kan daarom niet na verwijzing als een nieuw geschilpunt in de rechtsstrijd worden toegelaten (vgl. HR 4 oktober 2013, nummer 11/03207, ECLI:NL:HR:2013:781, BNB 2013/241). Het Hof wijst er in dit verband op dat uit de stukken die in hoger beroep en in cassatie zijn ingediend, volgt dat het geschil na de procedure bij de Rechtbank ook beperkt was tot de vraag tot welk bedrag de negatieve inkomsten uit eigen woning aftrekbaar zijn. Ook in het verwijzingsarrest van de Hoge Raad ligt besloten dat tussen partijen klaarblijkelijk niet meer in geschil was dat de lijfrentepremie volledig aftrekbaar is.

Hypotheekrenteaftrek
Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat hij als buitenlands belastingplichtige recht heeft op aftrek van het negatieve inkomen uit de eigen woning, zonder dat daarvoor een beroep nodig is op de keuzeregeling. Voor het geval dit standpunt wordt gehonoreerd, herziet belanghebbende zijn keuze voor de keuzeregeling.

Uit het verwijzingsarrest van de Hoge Raad en het daaraan ten grondslag liggende arrest van het Hof van Justitie volgt dat belanghebbende geen beroep hoeft te doen op de keuzeregeling om in Nederland de aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning geldend te kunnen maken. De eerste vraag die daarom beantwoord dient te worden, is of belanghebbende zijn keuze voor de keuzeregeling kan herzien. Het Hof beantwoordt deze vraag bevestigend. De keuze voor behandeling als binnenlands belastingplichtige dient te worden gemaakt bij de aangifte. Op de keuze kan worden teruggekomen, zolang de aanslag niet onherroepelijk vaststaat (zie het Besluit van 30 november 2001, nr. CPP2001/3035M, BNB 2002/50). De omstandigheid dat belanghebbende zijn keuze heeft herzien, heeft tot gevolg dat de systematiek van de keuzeregeling buiten beschouwing blijft bij de berekening van de verschuldigde inkomstenbelasting. Alsdan ontbreekt een wettelijke basis om een progressievoorbehoud toe te passen. De door de Inspecteur voorgestane berekeningswijze van de verschuldigde belasting, zoals weergegeven in zijn conclusie naar aanleiding van het verwijzingsarrest, is reeds daarom niet juist.

Vervolgens moet worden beoordeeld wat de omvang is van de door Nederland aan belanghebbende toe te kennen fiscale tegemoetkoming. In zijn verwijzingsarrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat indien de niet-ingezeten zelfstandige tevens in een of meer andere werkstaten dan Nederland een zelfstandig inkomen ontvangt op grond waarvan hij ook in die werkstaat of werkstaten een overeenkomstig recht geldend kan maken, Nederland het voordeel van de aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning dient toe te kennen naar verhouding van het aandeel van het inkomen dat de zelfstandige in Nederland ontvangt. Dit oordeel, gelezen in samenhang met r.o. 47 tot en met 49 van het arrest van het Hof van Justitie, moet aldus begrepen worden dat de omvang van de door Nederland aan belanghebbende toe te kennen fiscale tegemoetkoming – dat wil zeggen de aftrek van de negatieve inkomsten uit eigen woning – afhangt van het antwoord op de vraag of belanghebbende in Zwitserland een overeenkomstig recht geldend kan maken. Slechts indien deze vraag ontkennend beantwoord moet worden, dient 100 percent van het saldo van het inkomen uit de eigen woning in Nederland in aanmerking genomen te worden.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X