Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Belastinginspecteur berekent aftrek elders belast op een juiste wijze

Vaststaat dat belanghebbende als ingezetene van Nederland en in het genot van een Nederlandse uitkering uit hoofde van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: WAO), binnenlands belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en verplicht verzekerd is voor de Nederlandse volksverzekeringen.

Voor de heffing van inkomstenbelasting geldt dat belanghebbende in Nederland is belast voor zijn wereldinkomen, derhalve met inbegrip van de Duitse rente. Bij de aanslagregeling is aan belanghebbende aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend met toepassing van de methode als genoemd in artikel 20, derde lid, van het Verdrag. Gesteld noch gebleken is dat deze aftrek tot een onjuist bedrag is verleend.

De Inspecteur heeft bij de heffing van premies volksverzekeringen, in de grondslag mede de Duitse rente betrokken. Belanghebbende stelt dat dat ten onrechte is.

Het Hof stelt voorop dat de heffing van premies volksverzekeringen niet valt onder de reikwijdte van het Verdrag.

Op grond van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 (hierna: de Verordening), is de Verordening bepalend voor de heffingsbevoegdheid van premies volksverzekeringen over de Duitse rente.

Artikel 11, derde lid, aanhef en onderdeel e, van de Verordening bepaalt dat de wetgeving van de woonstaat, derhalve in het onderhavige geval de Nederlandse wetgeving van toepassing op de Duitse rente. Gesteld noch gebleken is dat er andere gronden zijn op basis waarvan het berekenen van de premies volksverzekeringen over de door belanghebbende ontvangen Duitse rente achterwege zou moeten blijven.

Artikel 8 van de Wet financiering sociale verzekeringen bepaalt dat het premie-inkomen wordt gesteld op het belastbare inkomen uit werk en woning, bepaald volgens de regels van hoofdstuk 3 van de Wet IB 2001, derhalve met inbegrip van de Duitse rente.

De Inspecteur heeft onweersproken gesteld dat belanghebbende geen vrijstelling heeft van premieheffing volksverzekeringen in Nederland en tevens dat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor een dergelijke vrijstelling.

Voor zover belanghebbende tevens wenst op te komen tegen de aanslag Zorgverzekeringswet voor het jaar 2011, merkt het Hof op dat grieven daartegen niet kunnen worden behandeld in het kader van het onderhavige hoger beroep met betrekking tot (uitsluitend) de aanslag IB/PVV.

Het hoger beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de heffingsrente. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte heffingsrente aangevoerd. Nu het Hof ook overigens niet is gebleken dat de bepalingen met betrekking tot de heffingsrente onjuist zijn toegepast, is het beroep ook in zoverre ongegrond.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X