Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Bijgeschreven en met schenking verrekende rente is aftrekbaar

Belanghebbende heeft ter financiering van zijn woning een bedrag geleend van zijn ouders ter hoogte van € 45.000. Over deze lening is 5% rente per jaar verschuldigd, bij achterafbetaling te voldoen. De rente moet maandelijks op de laatste dag van elke maand worden voldaan. Over de periode 2002 t/m 2008 is de rente maandelijks betaald, maar vanaf 2009 is de rente wegens financiële problemen van belanghebbende maandelijks op de lening bijgeboekt. De door belanghebbende over 2009 verschuldigde rente bedraagt € 2.250.

Belanghebbende en zijn broer ontvangen reeds jarenlang rond 24 december een schenking van hun ouders van ca. € 5.000. Tot 2009 ontvingen zij dit bedrag steeds contant of per bank. In 2009 is de schenking aan belanghebbende niet overgemaakt, maar in de administratie (deels) verwerkt als betaling van de door belanghebbende verschuldigde rente op de lening ad € 2.250.

In cassatie is in geschil of de over 2009 verschuldigde rente aftrekbaar is als eigenwoningrente ex art. 3.110 Wet IB 2001. Belanghebbende meent dat zijn ouders een bedrag hebben geschonken ad € 5.000, hetgeen vervolgens is verrekend met de renteschuld ad € 2.250, zodat ingevolge HR BNB 1991/146 ter zake van de rente sprake is van ‘drukkende kosten’ die in aanmerking komen voor aftrek. De Staatssecretaris is van mening dat geen sprake is van een schenking, maar dat de renteschuld in feite door de ouders (eenzijdig) is kwijtgescholden.

Het Hof oordeelde dat, ondanks dat geen ‘kasrondje’ plaatsvindt, geen sprake is van enige kwijtschelding, nu de rente zorgvuldig wordt geadministreerd en de belanghebbende de schenking heeft aangewend voor aflossing van de schuld. Ingevolge het arrest HR BNB 1991/146 is de verschuldigde rente als eigenwoningrente aftrekbaar.

A-G Niessen gaat in op de omstandigheden waaronder een schenking en/of een kwijtschelding kan worden aangenomen. Volgens de A-G is ingevolge art. 7:175 BW een schenking een overeenkomst om niet die ertoe strekt (bevoordelingsbedoeling) de begiftigde te verrijken ten koste van het eigen vermogen van de schenker (verarming). Een kwijtschelding geschiedt ingevolge art. 6:160 BW via een overeenkomst om niet waarin de schuldeiser afstand doet van zijn vorderingsrecht, leidende tot het tenietgaan van de verbintenis. Indien met een schenking wordt beoogd een vorderingsrecht prijs te geven, waarvan bijvoorbeeld sprake is indien de schenking uitsluitend plaatsvindt ter voldoening van door de schuldenaar verschuldigde rente, is volgens A-G Niessen sprake van een schenking die (ook) een kwijtschelding inhoudt. De A-G meent dat renteaftrek in dat geval achterwege dient te blijven, nu de begunstigde niet feitelijk over de ‘verkregen’ middelen heeft kunnen beschikken en (dus) van ‘drukkende kosten’ geen sprake is.

Of partijen hebben beoogd een schenking en/of een kwijtschelding te doen plaatsvinden is volgens de A-G feitelijke kwestie. De A-G meent dat aan ’s Hofs oordeel (kennelijk) ten grondslag ligt de feitelijke oordelen (i) dat partijen niet hebben beoogd dat het vorderingsrecht op de rente zou worden prijsgegeven en (ii) dat de litigieuze schenking niet uitsluitend is ingegeven door belanghebbendes financiële problemen, ofwel: dat geen sprake is van een samenstel van rechtshandelingen dat uitsluitend is gericht op de voldoening van de door belanghebbende verschuldigde rente. Dit feitelijke oordeel van het Hof is volgens de A-G niet onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd.

De A-G neemt voorts aan dat het Hof met zijn overweging dat geen sprake is van een ‘kasrondje’ kennelijk doelt op de afwezigheid van een fysiek kasrondje. Voor het aannemen van een schenking is volgens de A-G immers geenszins vereist dat daadwerkelijke overmakingen dan wel betalingen hebben plaatsgevonden en of al dan niet een notariële akte van schenking is opgesteld. Voldoende is dat als gevolg van een rechtshandeling een vermogensverschuiving plaatsvindt.

Tot slot meent de A-G dat de door het Hof vastgestelde feiten niet uitsluiten dat partijen – in afwijking van de leningovereenkomst – hebben afgesproken de rentetermijn over de maand december op een eerder moment te laten vervallen, nl. op het moment dat de schenking van € 5.000 aan belanghebbende plaatsvond, zodat het gehele over 2009 verschuldigde bedrag aan rente ad € 2.250 met de schenking kon worden verrekend. De Inspecteur heeft in hoger beroep het tegendeel ook niet gesteld. Voor zover de Staatssecretaris erover klaagt dat de termijn van december 2009 niet in aftrek kan komen, faalt die klacht, aangezien zij berust op een novum waarop in cassatie geen acht kan worden geslagen.

De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van de Staatssecretaris ongegrond dient te worden verklaard.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X