Vincent de Groot: "Onze dienstverlening is volledig gericht op de internationale werknemer. Door de uitgebreide ervaring met en de specifieke kennis over onder meer de fiscale omstandigheden van zeevarenden, personen werkzaam in de offshore-industrie en bij baggerbedrijven, maar ook voor andere internationaal mobiele werknemers, weet u zeker dat uw fiscale zaken in vertrouwde en deskundige handen zijn.

Bent u buiten Nederland werkzaam? Zit u met vragen over belastingen en sociale premies? Niet alleen voor het verzorgen van uw Nederlandse aangifte inkomstenbelasting, maar ook bij advisering over werken buiten Nederland of voor een buitenlandse werkgever en wonen buiten Nederland bent u bij ons aan het juiste adres!"



Translate this site

Pensioenplannen: de gevolgen

Het kabinet wil miljarden bezuinigen op de pensioenen. We mogen minder pensioensparen. Het opbouwpercentage moet omlaag van 2,25% naar 1,75%. De oppositie wil een hoger percentage. Zes vragen en antwoorden over de plannen.

Wat is het opbouwpercentage?
Voor het aanvullende pensioen mag u jaarlijks belastingvrij pensioen opbouwen. Dat is nu maximaal 2,25% van het salaris. Ieder jaar weer. Na 35 jaar werken spaart u dan een pensioen bij elkaar van 80 procent van het gemiddelde salaris. Dat pensioen krijgt u niet een jaar, maar na uw pensionering de rest van uw leven. De premie die daarvoor nodig is ligt veel hoger dan het opbouwpercentage. Gemiddeld werken we een dag in de week voor ons pensioen. Die premie is belastingvrij. Naast het aanvullend pensioen krijgt iedereen ook nog AOW.

Wat betekent dit in de praktijk?
Iedereen krijgt AOW en daarnaast sparen we voor een aanvullend pensioen. De veranderingen hebben gevolgen voor het aanvullende pensioen. Een rekenvoorbeeld:

Over een deel van ons salaris bouwen we geen pensioen op. Dat deel heet de franchise en verschilt per pensioenfonds. Om het pensioen te kunnen berekenen, trekken we de franchise af van het salaris. Stel: uw salaris bedraagt € 35.000. We trekken de franchise van dit bedrag af € 13.000. Blijft over: € 22.000. Over de 22.000 bouwt u dan 2,25 % pensioen op. Dat is dus een bedrag van € 495 per jaar. Als u 35 jaar werkt, levert dat vanaf pensionering jaarlijks een pensioen op van 17,325 euro. Het kabinet wil dat deel verlagen naar 1,75%. Dat betekent dat er ieder jaar nog maar € 385 aan pensioen kan worden opgebouwd. Over 35 jaar bouwt u in dit voorbeeld dan een pensioen op dat 3.500 euro per jaar lager ligt (13.475) dan anders het geval was geweest. Op dit moment wordt er onderhandeld om dat percentage aan te passen. Er wordt gesproken over 1.85% of 1,90%.

Opnieuw terug naar het rekenvoorbeeld:
1,85% levert dan is dan een pensioenopbouw op van 407 euro (verschil over 35 jaar 3080 euro per jaar). 1,90% levert een opbouw op van 418 euro pensioen (verschil over 35 jaar 2695 euro per jaar). Het idee van de overheid is dat we deze verlaging kunnen goedmaken door later met pensioen te gaan. Dan werken en sparen we dus langer.

Waarom betaal ik veel meer premie dan het opbouwpercentage?
Even terug naar het rekenvoorbeeld. Ieder jaar bouwt u nu maximaal 385 euro op. Na 35 jaar werken dus ruim 17.000 euro. Dat krijgt u na pensionering ieder jaar, de rest van het leven. Gemiddeld leven mensen na het pensioen zo'n 18 jaar. De vraag die pensioenfondsen moeten beantwoorden is nu: hoeveel geld moet u dit jaar inleggen om na het pensioen ieder jaar dat bedrag te krijgen.

In de praktijk betalen we tussen de 15% en 20% van ons salaris aan premie. De werknemer in het voorbeeld betaalt ieder jaar meer dan 5.000 euro aan premie. Die pensioenpremie wordt door de pensioenfondsen belegd en moet dan uiteindelijk genoeg zijn om het pensioen uit te keren.

Spaart iedereen nu 2,25 procent?
Nee dat is niet het geval. Het fonds kiest zelf een percentage. Slechts een klein deel van de pensioenfondsen benut dit maximum. Meer dan de helft van alle deelnemers met een aanvullend pensioen heeft nu al een percentage onder de 2 procent. Ook zijn er veel pensioenfondsen waar boven een bepaald salaris geen pensioen meer wordt opgebouwd. Het kabinet wil dat beperken voor iedereen met een inkomen boven 100.000 euro.

Waarom levert dit plan geld op?
Ieder jaar spaart u een stukje pensioen. Dat is dit jaar maximaal 2,25 procent. Volgens jaar 2,15 procent en het kabinet wil dat verder verlagen. Daarvoor betaalt u premie en die mag u aftrekken van de belastingen. Afhankelijk van het fonds ligt die premie voor dat stukje pensioen tussen de 15 en 20 procent van het salaris. Nu de opbouw wordt verlaagt van 2,25 procent naar 1,75 procent (dus 20 procent lager ligt) kan volgens het kabinet ook de premie die wij daarvoor betalen omlaag. We kunnen dan minder premie aftrekken van de belastingen en we gaan dus meer belasting betalen over ons bruto-salaris. Dat moet de schatkist zo'n drie miljard euro aan belastingen opleveren.

Waarom zijn de pensioenfondsen er dan niet voor?
De belangrijkste reden is dat veel mensen nu niet hun hele leven sparen voor een aanvullend pensioen. Mensen zijn werkloos of werken freelance. In de praktijk ligt het gemiddeld aanvullend pensioen nu onder de 60 procent van het gemiddeld verdiende salaris. Als we in de toekomst minder mogen opbouwen, komen we uit op een nog lager pensioen. Bovendien rekent de overheid zichzelf rijk. Want, zeggen de fondsen, we kunnen dat extra geld gebruiken om de reserves in het fonds te verhogen. Daarmee wordt het pensioen zekerder. Of pensioenfondsen kunnen het geld minder risicovol beleggen. Dat is in de regel duurder, maar het pensioen wordt dan wel zekerder.

Internationaal werkzaam, zeevarend? Werkzaam in de bagger- of offshore-industrie? Neem contact op met Robelco Tax Services!

X